528-Tetra

home

Nederland
Goodeidae
Tapatia occidentalis

Allodontichthys
      hubbsi
      polylepis
      tamazulae
      zonistius
Alloophorus
      robustus
Allotoca
      Aquiles Serdan
      catarinae
      diazi
      dugesii
      goslinei
      maculata
      meeki
      regalis
      zacapuensis
Ameca
      splendens
Ataeniobius
      toweri
Chapalichthys
      encaustus
      pardalis
      peraticus
Characodon
      audax
      Abraham Gonzales
      Amado Nervo
      Guadalupe Aguilera
      Nombre de Dios
      Ojo de Agua de SJ
      27 de Noviembre
      garmani
      Los Berros
      Los Pinos
      lateralis
Girardinichthys
      ireneae
      multiradiatus
      turneri
      viviparus
Goodea
      atripinnis
Ilyodon
      amecae
      furcidens
      spec. comala
      cortesae
      whitei-lennoni
      xantusi
Skiffia
      bilineata
      francesae
      lermae
      multipunctata
      spec. Zacapu
Xenoophorus
      captivus
      spec. Illescas
Xenotaenia
      resolanae
Xenotoca
      eiseni
      melanosoma
      spec. San Marcos
      variata
Zoogoneticus
      purhepechus
      quitzeoensis
      tequila

Universiteit Morelia

      links

© All rights reserved
Guenter Ellenberg

 

Allotoca maculata

SMITH & MILLER, 1980

Allotoca HUBBS & TURNER, 1937
Allotoca maculata SMITH & MILLER, 1980

 

Brian & Simone Kabbes, Mexico 1998
Allotoca maculata Smith et Miller, 1980

In tegenstelling tot hetgeen in verschillende literatuurbronnen vermeld staat, is deze soort in de natuur niet uitgestorven. De populatie op locatie 33 (El Palo Verde) bestaat minstens uit duizenden dieren van alle leeftijden. De omvang van de populatie op locatie 40 (Magdalena kanaal) was door de aard van dit biotoop niet in aantallen te schatten, maar doordat deze vissoort met enige regelmaat gevangen kon worden, laat zich concluderen dat ook hier de populatie nog een redelijke dichtheid heeft. Deze soort die zijn verspreiding vindt in het voormalige Magdalena bekken wordt door een aantal cultuurtechnische handelingen potentieel bedreigt. Ten behoeve van de suikerrietteelt worden op verschillende plaatsen moerasgebieden drooggelegd. Andere biotopen worden sterk belast door riool- en afvalwater. Deze vissoort houdt zich bij voorkeur op in niet al te diep en sterk dichtgegroeid water. In open water is deze soort altijd in de buurt van de oever te vinden. Open water wordt gemeden. De populaties van loc. 33 en 40 verschillen enigszins in tekening. De gevangen dieren op beide locaties behaalden hooguit een totale lengte van 5 cm. Dit is aanmerkelijk kleiner dan de in verschillende literatuurbronnen vermelde lengtes. De lengtes die door HIERONIMUS (1995) gegeven worden geven een realistischer beeld van de werkelijkheid.

 

Entnommen: Aqualog Verlag
Titel: Alle Lebendgebärenden,
Foto van: J. C. Merino.
Vindplaats: Laguna de Santa Magdalena, Hacienda San Sebastian, Jalisco, Mexico.
Wildform, Man, 3,5 cm

 

 

Entnommen: Aqualog Verlag
Titel: Alle Lebendgebärenden,
Foto van: Manfred K. Meyer.
Vindplaats: Rio Ameca, Jalisco, Mexico, Wildform, Man, 5 cm.

 

 

 

Beschrijving:
Brian & Simone Kabbes, Mexico 1998 / 1999

 

Vindplaats:
El Palo Verde, Jalisco, Mexico

Datum: 16 december 1998
Tijdstip:
11.55 u.

Ligging Vindplaats:
Uitgestrekt moerassig meer langs de weg van Etzatlan naar San Marcos, enige kilometers ten westen van Etzatlan.

Biotoopomschrijving:
Groot meer met grote open watervlaktes. De oevers bestaan uit een tientallen meters brede, moerassige kraag. Het water is licht geel van kleur en tot op de bodem helder. Waterdiepte 10-70cm. De open watervlakte is waarschijnlijk veel dieper. Hier hebben wij echter niet kunnen monsteren. De bodemgrond bestaat uit modderige klei met veel organisch materiaal. Langs de oever en in het water groeien diverse waterplanten en grassen.

Omgevingsbeschrijving:
Vlakke grond. In de omgeving staan enkele verspreid gelegen huizen. Landbouwgronden omsluiten het meer. In de nabijheid een recreatief zwembad gelegen.

Opmerking:
Allotoca maculata is op deze vangplaats verruit de talrijkste vissoort en zeker niet zeldzaam. Het was zeker mogelijk geweest om met gemak enkele honderden exemplaren te vangen, waarschijnlijk zelf duizenden. Door het onbegaanbare karakter van dit biotoop is het moeilijk de open watervlaktes te monsteren. Dit is een restant van het eens zeer omvangrijke Magdalena-bekken.

Luchttemperatuur: 21.2 °C
Watertemperatuur:
16.8 °C

Ph 7,2
KH 6°dH
GH/TH 7°dH
Nitraatgehalte 0 mg/l (ppm)
Nitrietgehalte 0 mg/l (ppm)

 

 

 

Vindplaats:
Magdalena Kanaal, Jalisco, Mexico

Datum: 20 december 1998
Tijdstip:
16.00 u.

Ligging Vindplaats:
Kanaal ten zuiden van Magdalena, aan de weg van Magdalena naar Etzatlan.

Biotoopomschrijving:
Een breed kanaal, zeker 12 meter breed. Traag stromend water, met een bruingrijze kleur. Het water is troebel en heeft een geringe zichtdiepte. Langs de oevers groeien diverse moerasplanten, die gedeeltelijk overhangen in het water. Her en der vormen zich velden waterhyacint. Het water is zeer waarschijnlijk vervuild met rioolwater. De diepte is onbekend.

Omgevingsbeschrijving:
Vallei waarin veeteelt en landbouw bedreven worden. Het kanaal voert water af vanaf het stadje Magdalena. In de omgeving is geen bebouwing aanwezig. Deze locatie bevindt zich aan een brede, onverharde weg die plaatselijk moeilijk begaanbaar is. De vangplaats is een tiental kilometers ten zuiden van de stad Magdalena gesitueerd. Gelegen in het Magdalena-bekken.

Opmerking:
De hier aangetroffen vorm van Allotoca maculata is prachtig blauwgroen gekleurd en heeft een fraaie tekening op het lichaam.

Luchttemperatuur: 32.1 °C
Watertemperatuur:
17.1 °C
 

Ph 6.6
KH 2°dH
GH/TH 6°dH
Nitraatgehalte 0 mg/l (ppm)
Nitrietgehalte 0 mg/l (ppm)
 

Allotoca maculata
Vindplaats: Magdalena-Kanal, Jalisco, Mexico

 

 

776--Magdalena-Kanal-Dibble_5
Allotoca maculata
Vindplaats: Magdalena-Kanal, Jalisco, Mexico

 

 

Vindplaats:
San Marcos, Jalisco, Mexico

Datum: 25 november 1999
Tijdstip:
16.05 u.

Datum: 19 december 1999
Tijdstip:
10.00 u.

Ligging Vindplaats:
Poel, circa 1500 meter ten oosten van San Marcos. De poel is gelegen aan de rechterkant in een weiland op circa 30 meter afstand van de asfaltweg komende vanaf Teuchitlan naar San Marcos. Deze poel ligt op geringe afstand van een brug over een droge waterloop.

Biotoopomschrijving:
Poel, gebruikt als drenkplaats voor vee. De oppervlakte is circa 10 bij 30 meter. De oevers zijn begroeid met verschillende grassen en biezen. In het water zijn enkele waterplanten aanwezig. De oever loopt stijl af, tot een grootste diepte van ongeveer 200 cm. Het water is zeer troebel, grijsbruin van kleur, en waarschijnlijk sterk organisch belast. De bodem bestaat uit vettige klei. Door veevertrapping is de oever moeilijk begaanbaar.

Omgevingsbeschrijving:
In de directe omgeving is geen bebouwing aanwezig. Op geringe afstand is een kleine brug. Dit biotoop ligt in het voormalige Magdalena-bekken, dat nu is drooggevallen en intensief als akkerland wordt benut. In de omgeving zijn verschillende graslanden en maïsakkers aanwezig.

Opmerking:
Dit is waarschijnlijk een van de laatste vindplaatsen van Xenotoca spec. “San Marcos”. Deze soort wordt zeer sterk in zijn voortbestaan bedreigd. Hoewel er voor dit biotoop niet direct valt te vrezen, is het wel degelijk kwetsbaar en geen goede basis voor voortbestaan op de langere termijn.

Meting 25 november, 16.05 u.
Luchttemperatuur:
28.6 °C
Watertemperatuur:
20.5 °C

Meting 19 december, 10.00 u.
Luchttemperatuur:
16.2 °C
Watertemperatuur:
13.2 °C

Meting 25 november, 16.05 u.
Ph 6.8
KH 6°dH
GH/TH 5°dH
Nitraatgehalte 0 mg/l (ppm)
Nitrietgehalte 0 mg/l (ppm)

Meting 19 december, 10.00 u.
Ph 7,0
KH 7°dH
GH/TH 5°dH
Nitraatgehalte 0 mg/l (ppm)
Nitrietgehalte 0 mg/l (ppm)

 

Allotoca maculata
Vindplaats: San Marcos, Jalisco, Mexico

 

Vindplaats:
Granja Sahuaripa, Jalisco, Mexico

Datum: 26 november 1999
Tijdstip:
15.00 u.

Datum: 19 december 1999
Tijdstip:
10.45 u.

Ligging Vindplaats:
Slotenstelsel circa 3 kilometer ten oosten van San Marcos. Komende vanaf Etzatlan aan de rechterkant van de weg. Circa 20 meter van de weg gelegen op de afslag naar Granja Sahuaripa.

Biotoopomschrijving:
Een aantal verbonden sloten en afwaterings- c.q. bevloeiingskanaaltjes, deels recentelijk gegraven. Op de vangplaats zijn de sloten 2-4 meter breed en ongeveer 100 cm diep. Over de sloot die haaks op de weg loopt, ligt een loopplank. De oevers zijn spaarzaam begroeid. In het water her en der waterplanten. Enkele plukken waterhyacint zijn aanwezig. Het water is niet geheel helder en grijzig van kleur. Zichtdiepte tot op de bodem. De bodem bestaat uit modder. De gevangen dieren houden zich voornamelijk op in inhammen en tussen watervegetatie.

Omgevingsbeschrijving:
In de directe omgeving is geen bebouwing aanwezig. Rondom liggen een aantal landbouwakkers. In de verdere omgeving is een boerenbedrijf gevestigd. Het omringende landschap is vlak, in de verte rijzen (vulkanische) bergen op.

Opmerking:
Dit is de enige vindplaats van Xenotoca spec. “San Marcos” die wij ondanks intensief monsteren hebben kunnen vinden. In dit biotoop houdt zich bovendien een niet door ons te bestem-men Allotoca species op.

26 november 1999 15.00 u.
Luchttemperatuur:
26.4°C
Watertemperatuur:
21.0°C

meting 19 december 1999
Luchttemperatuur:
22.3°C
Watertemperatuur:
13.2°C

meting 26 november 1999 15.00 u.
Ph 6.8
KH 2°dH
GH/TH 6°dH
Nitraatgehalte 4 mg/l (ppm)
Nitrietgehalte 0 mg/l (ppm)

 

meting 19 december 1999 10.45 u.
Ph 7,0
KH 8°dH
GH/TH 7°dH
Nitraatgehalte 0 mg/l (ppm)
Nitrietgehalte 0 mg/l (ppm)

 

 

Allotoca maculata
Vindplaats: Granja Sahuaripa, Jalisco, Mexico

 

 

Allotoca maculata
Vindplaats: Granja Sahuaripa, Jalisco, Mexico

 

Vindplaats:
San Marcos, Jalisco, Mexico

Datum: 26 november 1999
Tijdstip: 15.55 u.

Ligging Vindplaats:
Poel even buiten het dorp San Marcos. Komende vanaf Etzatlan, ligt deze vindplaats aan de rechterkant van de weg. De afstand tot de weg bedraagt minder dan 10 meter.

Biotoopomschrijving:
Restpoel, ongeveer 3 bij 4 meter groot. Door de extreme droogte dit jaar is het zeer waarschijnlijk dat dit biotoop geheel zal uitdrogen. Het water is zeer troebel en grijsbruin van kleur. De zichtdiepte is minder dan 5cm. De bodem bestaat uit kleiige modder. Diepte van het water maximaal ongeveer 50 cm. Bijna geen begroeiing aanwezig, zowel in het water als langs de oever.

Omgevingsbeschrijving:
Gelegen op circa 1 km afstand van het dorp San Marcos. In de directe omgeving is geen bebouwing aanwezig. Rond de vangplaats zijn ruderale velden en landbouwakkers gelegen. Het omringend landschap is vlak, in de verte rijzen (vulkanische) bergen op.

Opmerking:
De winter van 1999 blijkt een zeer droog getijde te zijn, waardoor vele biotopen onherstelbare schade op kunnen lopen. Dit wordt met name veroorzaakt door het excessief gebruiken van oppervlakte- en grondwater voor de teelt van suikerriet en andere landbouwgewassen door locale landbouwers. Dit biotoop is hiervan een triest voorbeeld.

Luchttemperatuur: 30.4 °C
Watertemperatuur:
22.0 °C

Ph 6.8
KH 2°dH
GH/TH 6°dH
Nitraatgehalte 4 mg/l (ppm)
Nitrietgehalte 0 mg/l (ppm)
 

 

 

761-San-Marcos-River_3
Allotoca maculata
Vindplaats: San Marcos river
Foto van: G. D. Sanders

 

 

 

762-San-Marcos-River-01_3
Allotoca maculata
Vindplaats: San Marcos river
Foto van: G. D. Sanders

 

 

Verzorging en kweek van Allotoca maculata

door KEES DE JONG

Het genus Allotoca (Hubbs en Turner 1937) bestaat uit vijf kleine soorten Goodeidae (hooglandkarpers) uit oostelijk centraal Mexico. De soorten hebben allemaal een klein verspreidingsgebied. De grote bevolkingsaanwas en de grote droogte de laatste jaren vormen de belangrijkste bedreigingen voor deze biotopen en de aanwezige fauna. Alle soorten uit het genus Allotoca worden als bedreigd beschouwd. Allotoca maculata Smith & Miller 1980 was al twee decennia niet gevangen en werd als uitgestorven beschouwd, totdat Derek Lambert de soort in 1990 weer ving en levend naar Europa meenam. Bij een bezoek in 1996 bleek het visje niet meer op deze plaats voor te komen. Hoewel er mogelijk nog enkele afgelegen poeltjes bestaan waar nog populaties te vinden zijn, staat dit tot zes centimeter lang wordende visje hoog op de lijst met bedreigde soorten.

Tijdens een bijeenkomst van de DGLZ kon ik rond 1991 later enkele exemplaren van deze soort op de veiling kopen. Hoewel ik me er van bewust was dat het om een soort ging waarvan de verzorging en kweek van groot belang zijn, lukte het me niet om deze soort lang in het aquarium te houden. Tijdens de zomer die na de aankoop volgde gingen alle vissen dood. Het komt er dan ook op neer dat ik niet veel ervaring en verzorging heb met het houden en kweken van Allotoca maculata. Op basis van mijn ervaringen met Allotoca dugesii, met tweemaal ‘i’ volgens Hieronimus (1995) en een groot aantal tips van Ivan Dibble is er een aantal punten te noemen waaraan moet worden voldaan om de soort te houden en te kweken. Deze punten wil ik hier kort behandelen.

Temperatuur
De soort kan slecht tegen een langdurige periode met een temperatuur hoger dan 22 ºC. Met name in de zomer kan dit lastig worden. Extra doorluchting van het aquarium is van positieve invloed op de conditie. Daarnaast heeft het inlassen van een rustperiode met een temperatuur van ongeveer 16ºC een gunstige invloed op het welzijn. Tijdens de winter zakt de temperatuur in de onderste bakken in mijn aquariumkamer vaak voor lange tijd tot deze temperatuur. De stofwisseling van de vissen gaat dan veel langzamer en de vissen maken een zeer rustige indruk. Wanneer in het voorjaar de temperatuur weer oploopt worden ze weer aktiever en begint de voortplanting.
Een oplossing waarmee ik goede ervaringen heb, is het ‘s zomers buiten houden van de soort. Een bak van minstens honderd liter die niet in de volle zon staat, is hiervoor prima geschikt. Bij een kleinere hoeveelheid water bestaat er een grote kans dat de watertemperatuur te sterk gaat fluctueren. Dat hierbij de temperatuur af en toe zelfs beneden de 10ºC komt schijnt de vissen niet te deren. Houden in een vijver is natuurlijk ook mogelijk, maar het probleem hiervan is dat het vaak zeer moeilijk is om de vissen er in de herfst weer uit te vangen.
Een bijkomende voordeel van het buiten houden van deze vissen is dat de kleuren veel intensiever worden.

Waterkwaliteit
Hoewel Allotoca maculata net als de meeste andere Goodeidae in hun natuurlijke biotoop vaak in allerlei troebele restwatertjes voorkomen, zijn ze in het aquarium erg gevoelig voor een verslechtering van de waterkwaliteit. Het is dan ook van groot belang om regelmatig water te verversen. Zelf heb ik goede resultaten met het verversen van minimaal 50% per week. De watersamenstelling is voorzover mij bekend niet van groot belang, hoewel een heel extreme hardheid of uitgesproken zacht/zuur water mij niet gunstig lijken.

Voedsel
Het beste kan er worden gevoerd met allerlei levend of diepgevroren voer. Plantaardige kost neemt geen belangrijke plaats in op het menu. Vooral muggenlarven worden graag gegeten. Een afwisseling in het voedsel aanbod is natuurlijk aan te raden.

Kweek
Wanneer aan bovenstaande punten is voldaan zal de voortplanting geen probleem zijn. Houd er wel rekening mee dat er regelmatig periodes zijn waarin geen jongen worden geboren. Bij deze vissen komt het vaak voor dat er enkele maanden geen jongen worden geboren. Dit is niet alleen afhankelijk van de temperatuur. Ook in de zomer als de temperatuur hoger is, worden er bij mij niet regelmatig jongen geboren. Is het bij levendbarende tandkarpers vaak zo dat een blik op de kalender voldoende is om te zien of weer jongen op komst zijn, bij de meeste Goodeidae gaat dit onregelmatiger. Tijdens de zwangerschap worden de vrouwtjes langzamerhand telkens dikker totdat ze bijna kogelrond zijn. Het aantal jongen per worp is sterk afhankelijk van de grootte van het vrouwtje. Grote vrouwtjes kunnen per worp wel 30 jongen krijgen, bij kleine vrouwtje die voor het eerst werpen gaat het om veel minder jongen, een eerste worp van 8 is reeds groot. Wat opvalt is dat de jongen van de grotere vrouwtjes kleiner zijn dan die van de kleine vrouwtjes. Dit is een complicerende factor bij de kweek. Hoewel de vissen niet extreem kannibalistisch zijn, lopen de jongen zeker in een niet al te begroeide bak wel degelijk gevaar. De combinatie tussen grote vrouwen en kleine jongen kan dan ook slecht uitpakken. In een groep jonge en kleinere dieren hebben de netgeboren jongen een grotere kans op overleven.

Van het uitvangen van vrouwtjes ben ik geen voorstander, het komt dan regelmatig voor dat de jongen door de stress van het vrouwtje te vroeg dood worden geboren. Mijn voorkeur gaat er naar uit om de jongen zo snel mogelijk na de geboorte te vangen en apart op te fokken. Helaas komt het regelmatig voor dat zich onder de jongen buikschuivers en dode exemplaren bevinden. Vooral bij grote worpen is dit vaak het geval.

In combinatie met de regelmatige rustperiodes is de soort dan ook meestal niet erg vruchtbaar en de jongen die overblijven moeten zorgvuldig worden opgefokt. Dit gaat het beste in een apart bakje waarvan regelmatig het water wordt ververst. Tweemaal dagelijks kan er dan worden gevoerd met klein levend voer. De groei verloopt niet snel en het duurt dan ook ongeveer een half jaar voordat de vissen het formaat bereiken waarop ze zich voortplanten. Met het opbouwen van een mooie kweekgroep kan dan ook enige tijd gemoeid zijn. Het opbouwen van een kweekgroep is wel van belang. De vissen voelen zich in een groep van minimaal zes het beste op hun gemak.

Mogelijk dat bovenstaande punten voor mensen een oplossing kunnen bieden bij het voor een langere tijd houden en kweken van Allotoca maculata of andere soorten uit het genus. De soorten zijn niet agressief en het samenhouden met vissen van hetzelfde formaat is mogelijk. Hoewel op het eerste gezicht niet uitgesproken fraai, zijn het bij nadere bestudering toch wel aantrekkelijke visjes. Aangezien de Allotoca’s in hun natuurlijke biotoop worden bedreigd, zou het goed zijn als er meer liefhebbers zich met de kweek van deze vissen gingen bezighouden. De hierboven genoemde punten, die voor meer Goodeidae gelden, kunnen hopelijk bijdragen aan het succes met de verzorging en kweek.

 

 

Literatuur

508-Kees de Jong

 

Allotoca maculata Smith & Miller, 1980

I. Dibble (1999): Hobbyist Aqua Lab Conservation Group "Mexico" Dagboek over de veldtrip 2. Poecilia Nieuws (6): 117-126

I. Dibble (2000): Fish Ark Project - Mexico. Viviparous (49): 0-

I. Dibble (2003): Mein Tagebuch der "Arche-Projekt"- Feldexkursion 2003. DGLZ-Rundschau (4): 86-97

K. de Jong (1995): Nieuwe soorten in Nederland. Poecilia Nieuws (6): 108-109

K. de Jong (1998): Verzorging en kweek van Allotoca maculata. Poecilia Nieuws (6): 106-109

B. Kabbes (1999): Vangreis van Brian en Simone Kabbes, Mexico 1998 Conclusies en bevindingen Familie Goodeidae. Poecilia Nieuws (2): 22-35

B. Kabbes (2000): Hij is niet dood, hij leeft! (maar hoe lang nog?). Poecilia Nieuws (1): 14-16

J.K. Langhammer (1982): The lost treasure of the Aztecs Part III The bumblebee and rainbow Goodeids. Livebearers (66): 10-11
J.K. Langhammer (2007): De historie van Allotoca maculata in de V.S.. Poecilia Nieuws (4): 15-18

P. Loiselle (1992): The Grim Reaper Desert Fishes Status Report. Livebearers (124): 7-10

J. Lyons (2006): Korte update van enkele biotopen in Mexico. Poecilia Nieuws (3): 29-30

E. Meinema (1992): Die aus die kalte kommen. Poecilia Nieuws (4): 17-20

R.R. Miller, J.D. Williams & J.E. Williams (1990): Extinctions of north american fishes during the past century. Livebearers (114): 16-28

R.R. Miller, J.D. Williams & J.E. Williams (1990): Extinctions of North American fishes during the past century. Livebearers (113): 11-21

A. Morales (2006): Die Herausfoderungen des Artenschutz. DGLZ-Rundschau (1): 8-14

J. de Moree (2001): De Allotoca's. Poecilia Nieuws (1): 9-12

J. Robinson (1993): Allotoca maculata. Livebearers (132): 22-24

M.L. Smith & R.R. Miller (1980): Allotoca maculata, a new species of goodeid fish from Western Mexico, with comments on Allotoca dugesi. Copeia (3): 408-417

 

maculata, Allotoca Smith & Miller 1980: 410, Figs. 1A-B, 2 [Copeia 1980 (no. 3); ref. 6906]. Laguna de Santa Magdalena, ca. 82 km west of Guadalajara by hwy 15, Jalisco, Mexico, 20°54'N, 103°57'W, elev. 1210 m. Holotype: UMMZ 200250. Paratypes: UMMZ 173553 (15, 5 c&s), 178322 (48, now 47), 203851 (51); USNM 219779 [ex UMMZ 203851] (4). Valid as Allotoca maculata Smith & Miller 1980 -- (Smith & Miller 1987:610 [ref. 6773], Espinosa Pérez et al. 1993:39 [ref. 22290], Meyer et al. 2001:455 [ref. 25811]). Allotoca maculata Smith & Miller 1980, Goodeidae: Goodeinae. Habitat: freshwater.